Eik

De eik (Quercus) behoort tot de napjesdragersfamilie (Fagacea). Het is een groot geslacht met wereldwijd rond de 450 soorten. In Nederland komen er ongeveer 37 soorten voor. Daarvan zijn er maar twee inheems, namelijk de zomereik (Quercus robur) en de wintereik (Quercus petraea). De zomereik komt het meest algemeen voor. Samen met de Amerikaanse eik (Quercus rubra) is het de dominerende eikensoort in onze bossen. De wintereik is daarentegen vrij zeldzaam. Wilde populaties vind je vooral in bossen in de heuvelgebieden in Zuid-Limburg. Daarbuiten betreft het nagenoeg altijd aangeplante exemplaren, meestal in stedelijk gebied. Zomereiken en wintereiken worden tussen de 25 en 30 meter hoog, maar kunnen tot 40 meter hoog worden. Ze hebben een leeftijdsverwachting van 200-400 jaar. Hun bijdrage aan de biodiversiteit is groot. Er zijn duizenden soorten die deels of geheel afhankelijk zijn van de zomereik of wintereik. Ter vergelijking: bij de Amerikaanse eik, een uitheemse soort die al lang verwilderd is en als volledig ingeburgerd wordt beschouwd, praten we over enkele honderden soorten. De zomereik en wintereik kennen diverse cultivars die zich onderscheiden in groeivorm, bladvorm en bladkleur.

 

Bloeiwijze

foto links: bloemen; foto rechts: vrucht (eikel) van de zomereik

De verschillende eikensoorten kennen wat betreft bloeiwijze weinig verschillen. ze bloeien in april-mei in onopvallende bloeiwijzen. De bloemen zijn 1-slachtig. Mannelijke bloemen zijn gerangschikt in lange, smalle, hangende, katjesachtige bloeiwijzen met veel tussenruimte tussen de groepjes bloemen. Vrouwelijke staan met 1 of meer bijeen, elk in een bekervormig, leerachtig omhulsel (het napje). Beiden staan in de oksels van de bladeren. Ze verschijnen gelijktijdig of vlak na de bladuitloop en worden bestoven door de wind. De mannelijke bloemen hebben een weinig ontwikkeld bloemdek met 6-12 meeldraden die ongeveer even lang zijn als het bloemdek. De vrouwelijke bloemen hebben geen bloemdek. Het vruchtbeginsel heeft 1 stijl met 3 stempels. Na de bloei groeit de vrouwelijke bloem uit tot de bekende eikel. Het is een doosvrucht. Het omhulsel waarin het vruchtbeginsel stond groeit met de vrucht mee, verhout bij rijping, en vormt het napje dat de eikel deels bedekt. De mate van bedekking alsmede de oppervlaktestructuur van het napje zijn vaak kenmerkend voor de soort. Ook bij de zomer- en wintereik is een opvallend verschil in de eikels te vinden. Bij de zomereik zitten ze aan lange, dunne stelen, terwijl de eikels van de wintereik ongesteeld zijn. De eikels zijn rijp in oktober. Ze zijn relatief zwaar en vallen niet ver van de boom. Knaagdieren en vogels verzamelen ze voor hun wintervoorraad. Daarmee zorgen ze voor de verspreiding van de zaden.

 

Waar te zien
Eiken kun je overal in de stad tegenkomen. Ze staan in parken, plantsoenen, lanen en brede groenstroken. Straataanplant van eiken is ongebruikelijk. Het exacte aantal eikensoorten die in Tilburg voorkomen is ons niet bekent. De teller staat bij ons op 16 soorten, de cultivars niet meegeteld. De zomereik is de meest voorkomende soort. Andere algemeen voorkomende soorten zijn de Amerikaanse eik en de moeraseik . Er staan prachtige oude Amerikaanse eiken in de Prunustraat bij het Watertorenplein. De wintereik is ook in Tilburg zeldzaam. Er staat onder andere een exemplaar in het Von Weberpark, en een prachtig, laag vertakt exemplaar op het Korvelplein. In het Leijpark staan forse exemplaren van de mispelbladige eik (Quercus petraea 'Mespilifolia'), een cultivar van de wintereik.

Foto: cultivar van de zomereik met hangende takken (Quercus robur 'Pendula') in het Kromhoutpark