Japanse sierkers

De Japanse sierkers (Prunus serrulata) behoort tot de rozenfamilie (Rosasea). Het is een uitheemse soort. Het natuurlijk areaal ligt in West-China, Japan en Korea. De soort is erg variabel. De leeftijdsverwachting is 40-60 jaar. Er zijn talloze cultivars en kruisingen die onderling verschillen in groeivorm, bloemvorm en bloemkleur. Zo zijn er smalle opgaande vormen en selecties met een platte, brede kroon. Vaak worden de cultivars hoog op de stam geënt. Op de overgang van stam naar kroon vormt zich dan een opvallende verdikking, de zogenaamde entknobbel. 

 

Bloeiwijze
Japanse sierkersen hebben een rijke bloei. De bloemen staan in dichte, schermvormige trossen van 1-5 stuks in de oksels van de bladeren. Ze bloeien in april, gelijktijdig met het uitlopen van het blad. Bijna alle aangeplante exemplaren betreffen cultivars met gevulde bloemen. De bloemen zijn dan steriel en er worden geen vruchten gevormd. De grote en kleur van de bloemen varieert per cultivar. Er zijn selecties met zuiver witte bloemen, met lichtroze of roze bloemen en met geelachtige bloemen. Ze kunnen tot 5 centimeter groot zijn. Bij verschillende cultivars zijn de bladeren tijdens hun uitloop bruin gekleurd. 

Foto rechts: cultivar met gevulde roze bloemen en bruin bladuitloop

 

Waar te zien
Japanse sierkersen zijn algemeen aangeplant. Je vindt ze met name in tuinen, bredere groenstroken en parken. Smalle, opgaande cultivars worden ook wel als straatboom toegepast. Een fraaie straataanplant is te zien in de Theresiastraat. Het zijn cultivars met een opgaande kroon, witte bloemen en duidelijke entknobbels. In het Kromhoutpark staan een groot aantal exemplaren bij elkaar met een brede, platte kroon en bloemen die in de kop roze zijn en na openen wit verkleuren. Een fraai exemplaar met roze bloemen en bruin bladuitloop is onder andere te zien in de Tobias Asserlaan.

Foto: Japanse sierkers (Prunus serrulata) in de Tobias Asserlaan