Judasboom

De Judasboom (Cercis siliquastrum) behoort tot de vlinderbloemenfamilie (Fabaceae). Het is een uitheemse soort. Het natuurlijk areaal ligt in Zuid-Europa en West-Azië. Ze groeien uit tot een kleine boom of grote struik die 6-9 meter hoog kan worden. De leeftijdsverwachting is meer dan 30 jaar. Voor een rijke bloei verlangt de Judasboom een beschutte en zonnige standplaats. Ze worden dan ook vaak tegen muren of gebouwen aangeplant. Judasbomen zijn zeer droogteresistent en daarmee uitstekend geschikt voor een stedelijke omgeving. Jonge exemplaren zijn wel vorstgevoelig. De soort kent 1 cultivar genaamd 'Alba' met witte of zeer licht roze bloemen. Naast de Judasboom kun je in Nederland ook de Canadese cercis (Cersis canadensis) en de Chinese cersis (Cersis chinensis) tegenkomen. Beide lijken veel op de Judasboom maar onderscheiden zich door een puntige (canadese) of spitse (chinese) bladtop. De bladtop van de Judasboom is afgerond. Het geslacht Cersis vormt, in tegenstelling tot vele andere planten in de vlinderbloemenfamilie, geen stikstofknolletjes aan de wortels.

 

Bloeiwijze

foto links: bloemen op de stam; foto rechts: vruchten op de stam

De Judasboom bloeit in april-mei, voor of gelijktijdig met het verschijnen van de bladeren. Hij heeft een rijke en spectaculaire bloei. De bloemen staan in kleine bundels van ongeveer 4 stuks op takken die meer dan 1 jaar oud zijn (het zogenaamde overjarig hout). Opvallend is dat de bloemen ook verschijnen op hoofdtakken en stam. Dit fenomeen heet met een mooi woord 'cauliflorie'. Ze worden door insecten bestoven, met name door bijen en hommels. De bloemen zijn paarsroze, ongeveer 2 centimeter groot en hangen aan lange, roodachtige stelen. Er zijn 5 kroonbladen. Ze hebben een rangschikking die kenmerkend is voor de vlinderbloemenfamilie. De onderste twee kroonbladen zijn grotendeels vergroeid en vormen de kiel. De twee zijdelingse kroonbladen, de zwaarden, staan omhoog of zijwaarts gericht. Tussen de zwaarden staat het bovenste kroonblad dat de vlag wordt genoemd. Er zijn 10 meeldraden en het vruchtbeginsel heeft 1 stijl. Zowel de meeldraden als het vruchtbeginsel zitten verborgen in de kiel. Het vruchtbeginsel wordt vaak al in de kiel bestoven zonder dat er een insect aan te pas is gekomen. Dit verschijnsel heet zelfbestuiving. Na de bloei worden de voor de vlinderbloemenfamilie kenmerkende peulvruchten gevormd. De peulen zijn 6-10, soms tot 15 centimeter lang. Ze zijn plat, kaal en hard. Jong zijn ze groen maar bij rijping verkleuren ze naar paarsbruin. Ze springen langs twee naden open en hebben twee rijen met zaden. In oktober zijn ze rijp maar eet ze niet want ze zijn giftig. De peulen blijven vaak de hele winter aan de boom hangen.

 

Waar te zien
Judasbomen worden maar zelden aangeplant. Je kunt ze vinden in parken en tuinen, meestal op een beschutte plaats. Er staan onder andere exemplaren langs de kloostermuur in stadspark 'Oude Dijk', langs de gevel van het stadskantoor en stadhuis aan de Paleisring en in het Von Weberpark. Exemplaren van de Canadese cercis zijn te zien in de Quirinustuinen aan de Distlerstraat.

Foto: Judasboom (Cercis siliquastrum) in stadspark 'Oude Dijk'