Pimpernoot

De pimpernoot (Staphylea pinnata) behoort tot de pimpernootfamilie (Staphyleaceae). Het is een uitheemse soort. Zijn natuurlijk areaal ligt in Centraal- en Zuid-Europa. De groeiwijze is meestal struikvormig maar hij kan ook uitgroeien tot een kleine boom. Ze worden tot 5 meter hoog. Over de leeftijdsverwachting is ons niets bekend. Voor zover wij weten kent de pimpernoot geen cultivars. Naast de Staphylea pinnata kun je in Nederland nog vijf andere pimpernootsoorten tegenkomen, maar exemplaren daarvan zijn ons in Tilburg niet bekend.


Bloeiwijze

foto links: bloemen; foto rechts: vruchten

De pimpernoot bloeit normaal in mei. Maar in jaren met een warm voorjaar staat hij in april al volop in bloei. De bloemen verschijnen na de bladuitloop en staan in hangende, eindstandige pluimen die 5-10 centimeter lang worden. Ze worden door insecten bestoven. De bloemkroon is klokvormig, 0,6-1,2 centimeter breed en bestaat uit 5 witachtige, soms gelige kroonbladen die onderling vergroeid zijn. De kelkbladen zijn niet vergroeid. Ze zijn wit of roodachtig aangelopen en breder en iets langer dan de kroonbladen. Er zijn 5 meeldraden en het vruchtbeginsel  heeft 2 of 3 stijlen. De vruchten die na de bloei gevormd worden zijn 2,5-4 centimeter groot, 2-3-lobbig, vliezig en sterk opgeblazen. Ze lijken wel wat op een scrotum. Vandaar dat de boom ook wel 'klotenboom' wordt genoemd. Jonge vruchten zijn groen. Ze zijn rijp in de herfst en verkleuren dan naar geelbruin. Ze bevatten 2-3 pitten.  


Waar te zien
Pimpernoten worden niet vaak aangeplant. Je vindt ze met name in parken en tuinen. Een nog jong exemplaar is te zien in het Leijpark. In het Wilhelminapark staat een volwassen exemplaar die uitgegroeid is tot een forse struik met veel wortelopslag aan de voet.

Foto: pimpernoot (Staphylea pinnata) in het Wilhelminapark