Sierappels

Sierappels (Malus sp.) behoren tot de rozenfamilie (Rosasea). Er zijn vele soorten. Door cultivering en hybridisatie is het aantal selecties ontelbaar en elk jaar komen er weer nieuwe bij. Het op naam brengen van een sierappel is dan ook een specialisme op zich. Ze variëren in groeivorm en in formaat en kleur van bloemen en vruchten. De meeste sierappels worden niet groter dan 5-6 meter en hebben een leeftijdsverwachting van 50-80 jaar.

 

Bloeiwijze

foto links: bloemen met bruin bladuitloop; foto rechts: vruchten

Sierappels hebben een rijke bloei. De bloemen verschijnen in april, gelijktijdig met de bladeren. Bij diverse selecties zijn de bladeren tijdens het uitlopen bruin. De bloemen staan in bundels van meestal 2-6 stuks in de oksels van de bladeren en worden bestoven door insecten. Ze hebben vijf kroonbladen, vele meeldraden en 1 vruchtbeginsel met meestal 5 stijlen die vaak in het onderste deel vergroeid zijn. De grootte van de bloemen is 3-5 centimeter en de kleur varieert van donkerrood, roze, lichtroze tot wit. Na de bloei vormen zich kleine, kogelronde appeltjes. Ze verschillen sterk in grootte en kleur afhankelijk van de selectie. De kleinste zijn 6 millimeter, de grotere tot 3 centimeter. Ze zijn meestal purperbruin, rood, oranje of geel en niet eetbaar. Net als peren zijn appels schijnvruchten. De bloembodem groeit met het vruchtbeginsel mee en vormt het vruchtvlees. Het klokhuis is het uitgegroeide vruchtbeginsel. De vruchten zijn rijp in september-oktober.

 

Waar te zien
Sierappels komen algemeen voor. Je kunt ze vinden in parken, groenvoorzieningen en tuinen. In straten worden ze minder vaak aangeplant vanwege de vele vruchten die gevormd worden. Een fraai exemplaar is te zien in het parkje aan de Zomerstraat.

Foto: sierappel (Malus sp.) in het parkje aan de Zomerstraat