Sierperen

Sierperen behoren tot de rozenfamilie (Rosasea). Er zijn verschillende soorten sierperen. De Chinese sierpeer (Pyrus calleryana) is de  meest aangeplante soort. Deze soort komt oorspronkelijk uit Midden- en Zuid-China. Van nature is het een sterk gedoornde boom, maar bijna altijd worden ongedoornde selecties gebruikt. De boom wordt 12-16 meter hoog en heeft een leeftijdverwachting van 80 jaar. De culivar 'Canticleer' is veel als straatboom aangeplant. Deze heeft een meer zuilvormige kroon en kan goed tegen droogte en strooizout.

 

Bloeiwijze

foto links: bloemen van de Chinese sierpeer; foto rechts: vrucht van de Chinese sierpeer

De Chinese sierpeer heeft een rijke bloei. De bloemen verschijnen in april, gelijktijdig met de bladeren. Zij staan in tuilen van 6-12 stuks in de oksels van de bladeren en worden bestoven door insecten. Ze zijn 2-2,5 centimeter groot en hebben vijf witte kroonbladen. De meeldraden zijn talrijk met roodbruine helmknoppen. De bloem heeft 1 vruchtbeginsel met meestal 2-3 stijlen. Na de bloei vormen zich kleine, kogelronde peertjes. Ze zijn ongeveer 1 centimeter breed, bruin en hebben veel steencellen. Het zijn schijnvruchten. Dit houdt in dat niet enkel het vruchtbeginsel maar ook andere delen van de bloeiwijze deel uitmaken van de vrucht. In dit geval de bloembodem.  De vruchten zijn rijp in september-oktober en niet eetbaar. De culitvar 'Canticleer' vormt zeer weinig peertjes.

 

Waar te zien
De Chinese sierpeer is algemeen voorkomend in straten en groenvoorzieningen. Ze staan onder andere in de Stedekestraat en de Stadsstraat, Andere soorten sierperen zijn zeldzamer. In de Schoolstraat is Pyrus regelii aangeplant en in de Goirkezijstraat staat een jong exemplaar van Pyrus elaeagnifolia.

Foto: Chinese sierperen (Pyrus calleryana) op de hoek Wandelboslaan / Reitse hoevenstraat