Lampionboom

De Lampionboom (Koelreuteria paniculata) behoort tot de zeepbomenfamilie (Sapindaceae). Het is een uitheemse soort. Zijn natuurlijk areaal ligt Noord-China en Korea. De Nederlandse naam verwijst naar de vorm van de vruchten die lijken op lampionnen. Ze verdragen bestrating en droogte goed. Jonge bomen zijn gevoelig voor strenge vorst maar herstellen hier wel van. De bladeren verkleuren in de herfst prachtig geel tot oranje. Lampionbomen hebben een leeftijdsverwachting van 60-80 jaar en worden 6-12 meter hoog. De soort kent een paar cultivars die verschillen in groeivorm en mate van bloei.

 

Bloeiwijze

foto links: bloemen; foto rechts: vruchten

De lampionboom bloeit in juli-augustus. Het is een spectaculaire bloeier. De bloeiwijze bestaat uit grote, eindstandige, piramidale pluimen. De pluimen worden 20-40 centimeter lang en hebben een open en losse structuur. De bloemen zijn heldergeel, 10-15 millimeter groot en worden bestoven door insecten. De bloemkroon bestaat uit 4 (zelden 5) smalle, puntige kroonbladen die onderling vrij zijn. Er zijn meestal 8 meeldraden (2 per kroonblad) en het vruchtbeginsel heeft 1 of 2 stijlen. Na de bloei groeien de vruchtbeginsels uit tot lampionachtige doosvruchten. Ze worden tot 5 centimeter lang, zijn kegelvormig, opgeblazen en hebben een papierachtig omhulsel. Jonge vruchten zijn groen maar tijdens de rijping worden ze bronskleurig met opvallende rode nerven. In de vruchten bevinden zich 3 zwarte, kogelronde zaden. De vruchten zijn rijp in oktober en springen dan langs 3 kleppen open. Na rijping blijven ze vaak nog lang aan de boom hangen.

 

Waar te zien
De lampionboom is een vrij algemeen voorkomende soort. Je vindt hem vooral in parken, bredere groenstroken en tuinen. Er staan onder andere exemplaren op de hoek Schoolstraat / Heuvelstraat (achter de Schouwburgpromenade) en op het Textielplein. Een straataanplant van lampionbomen is te zien in de Wethouder van Roesselstraat.

Foto: lampionboom (Koelreuteria paniculata) op het Textielplein