Pindakaasstruik

De pindakaasstruik (Clerodendrum trichotomum) behoort tot de lipbloemenfamilie (Lamiaceae). Het is een uitheemse soort. Zijn natuurlijk areaal ligt in Oost-China en Japan. De Nederlandse naam verwijst naar de geur die na kneuzing van de bladeren vrijkomt. Zij ruiken namelijk naar pindakaas. De groeiwijze is meestal struikvormig maar hij kan ook uitgroeien tot een kleine 1-stammige boom. De pindakaasstruik wordt meestal niet hoger dan 6 meter. Over de leeftijdsverwachting is ons niets bekend. Van de soort bestaat een variëteit met purperachtige bladeren (Clerodendrum trichotomum var. Fargesii)

 

Bloeiwijze

De pindakaasstruik bloeit meestal in augustus-september. Het is een opvallende bloeier. De bloeiwijze bestaat uit eindstandige, tot 20 centimeter brede, losse tuilen. De bloemen worden door insecten bestoven en verspreiden een sterke geur. Er zijn 5 witte, onderling vergroeide, smalle, tot aan de voet gespleten kroonbladen die overgaan in een lange, dunne kroonbuis. Onder de kroonbuis bevinden zich 5 onderling vergroeide kelkblaadjes met geklielde slippen. Tijdens de bloei en de vruchtfase zijn ze opvallend rood gekleurd. Er zijn 4 lange meeldraden. Ze steken duidelijk boven de bloemkroon uit en hebben witte, vaak gebogen helmdraden en bruine helmknoppen. Het vruchtbeginsel zit onderin de kroonbuis en heeft 1 stijl met twee stempels. Na de bloei groeien de vruchtbeginsels uit tot een 4-delige splitvrucht. De vruchten zijn rond, 6-8 mm groot en diepblauw met een blijvende rode kelk.

Foto rechts: bloeiwijze

 

Waar te zien
De pindakaasstruik wordt maar zelden aangeplant. Je vindt hem vooral in parken en tuinen. Er staan onder andere exemplaren in het Wilhelminapark, Leijpark en Stadspark 'Oude Dijk'

Foto: pindakaasstruik (Clerodendrum trichotomum) in Stadspark 'Oude Dijk'