Zilverlinde

De zilverlinde (Tilia tomentosa) behoort tot de kaasjeskruidfamilie (Malvaceae). De soort is uitheems. Zijn natuurlijk areaal ligt in Zuidoost-Europa en Turkije. Hij is gemakkelijk te onderscheiden van andere lindesoorten door de lichtgrijze, viltige behaarde onderzijde van het blad. Daaraan heeft hij ook zijn Nederlandse naam te danken. Door die beharing heeft hij geen last van de lindebladluis en vormt dus geen overlast in de vorm van plakkerige honingdauw. Daarnaast kan hij droogte goed verdragen. Deze eigenschappen maken hem een geschikte boom maakt voor aanplant in stedelijk gebied. De zilverlinde wordt 28-37 meter hoog en heeft een leeftijdsverwachting van meer dan 200 jaar. Er bestaan enkele cultivars die verschillen in groeivorm. De bekendste daarvan is de hangende zilverlinde (Tilia tomentosa 'Pendula') met afhangende zijtakken en sterk naar beneden hangende jonge twijgen.

 

Bloeiwijze

foto links: bloemen met op de achtergrond de kenmerkende lichtgrijze bladonderzijde; foto rechts: vruchten

De zilverlinde bloeit in juli, meestal weken later dan de Hollandse linde en winterlinde. De bloeiwijze lijkt veel op die van de Hollandse linde. Ze bestaat uit okselstandige, hangende, 6-10-bloemige tuilen. Het steelblad dat aan de pluimen vastzit is korter dan de pluimen. De bloemen zijn vrij klein en worden bestoven door insecten (met name bijen)en verspreiden een aangename geur. De bloemkroon bestaat uit 5 geel-witte kroonblaadjes die onderling niet vergroeid zijn. Er zijn vele meeldraden, Ze staan in 5 bundels en zijn onderling niet vergroeid. In tegenstelling tot de Hollandse linde en winterlinde hebben de bloemen van de zilverlinde wel regelmatig staminodiën (dit zijn onontwikkelde meeldraden die zeer verschillend van vorm kunnen zijn maar nooit bruikbaar stuifmeel leveren). Het vruchtbeginsel heeft meestal 5 stijlen. Na de bloei groeien de vruchtbeginsels uit tot een klein eivormig behaard nootje van ongeveer 6-12 millimeter grootte. Het nootje is donzig behaard en heeft 5 opvallende ribben. De vruchten zijn rijp in oktober. De nootjes vallen dan samen met het steelblad van de boom. Het steelblad vangt daarbij wind, beweegt zich als een propeller naar beneden, en draagt daarmee bij aan de verspreiding van de vruchten.

 

Waar te zien
De zilverlinde is een algemeen aangeplante soort. Je vindt ze in parken, groenvoorzieningen en de wat bredere straten. Langs de Korenbloemstraat ter hoogte van het Kromhoutpark en langs de Schaepmanstraat / Minckelersstraat is nog laanbeplanting van zilverlindes te zien die door de bekende landschapsarchitect Leonard Springer (1855-1940) zijn aangelegd. In het Wilhelminapark is een prachtig exemplaar te zien van de hangende zilverlinde. 

Foto: zilverlinde (Tilia tomentosa) op het Theresiaplein