Hollandse linde

De Hollandse linde (Tilia x europaea) behoort tot de kaasjeskruidfamilie (Malvaceae). De soort is inheems en is een (deels spontane) kruising tussen de zomerlinde (Tilia platyphyllos) en de winterlinde (Tilia cordata). De soort is al in cultuur sinds de 16e eeuw. Wilde populaties komen voor in loofbossen maar zijn vrij zeldzaam. Het merendeel van de bomen is aangeplant. De Hollandse linde lijkt veel op de zomerlinde en is er makkelijk mee te verwarren. Een verschil bestaat uit de kleur van de haartoefjes in de nerfoksels aan de onderzijde van het blad. Deze zijn bij de zomerlinde wit en bij de Hollandse linde rossig. De winterlinde is makkelijker te onderscheiden van de Hollandse linde. De bladeren zijn beduidend kleiner (3-6 centimeter lang) dan die van de Hollandse linde (7-10 centimeter lang). Bovendien zijn de bloeiwijzen bij de winterlinde afstaand of enigszins opgericht terwijl die van de Hollandse linde naar beneden hangen. Op de bladeren van de Hollandse linde en zomerlinde bevinden zich veel lindebladluizen. Deze produceren honingdauw die erg plakkerig is en soms voor overlast zorgt, met name onder parkeerplaatsen. De Hollandse linde wordt 24-37 meter hoog en kan, met een leeftijdsverwachting van 300-400 jaar, erg oud worden. Er zijn diverse cultivars bekend die verschillen in bladkleur en groeiwijze.

 

Bloeiwijze

foto links: bloemen; foto rechts: vruchten

De bloeiperiode is juni-juli. De bloeiwijze bestaat uit okselstandige, hangende, 3-7-bloemige (soms tot 10-bloemige) tuilen. Kenmerkend voor de bloei van lindes is het steelblad dat aan de pluimen vastzit. Deze is bij de Hollandse linde korter dan de pluimen. De bloemen zijn vrij klein , worden bestoven door insecten (met name bijen) en verspreiden een aangename geur. Het gezoem van de bijen onder lindes ten tijde van de bloei is een bijzondere gewaarwording. De bloemkroon bestaat uit 5 geel-witte kroonblaadjes die onderling niet vergroeid zijn. Er zijn vele meeldraden, Ze staan in 5 bundels en zijn onderling niet vergroeid. Er zijn geen staminodiën aanwezig (dit zijn onontwikkelde meeldraden die zeer verschillend van vorm kunnen zijn maar nooit bruikbaar stuifmeel leveren). Het vruchtbeginsel heeft meestal 5 stijlen. Na de bloei groeien de vruchtbeginsels uit tot een klein rond nootje van ongeveer 8 millimeter grootte. Ze zijn glad of met weinig uitstekende ribben en rijp rond oktober. De nootjes vallen dan samen met het steelblad van de boom. Het steelblad vangt daarbij wind, beweegt zich als een propeller naar beneden, en draagt daarmee bij aan de verspreiding van de vruchten.
 
Foto rechts: bloeiwijze

 

Waar te zien
De Hollandse linde (Tilia x europaea) is een zeer algemeen aangeplante soort. Je vindt ze in parken, plantsoenen, groenstroken en straten. Vroeger werden ze vaak in een rij voor de gevel van boerderijen aangeplant. Op sommige plaatsen in Tilburg is deze aanplant nog steeds te zien, onder andere in de Trouwlaan en Bokhamerstraat. In het Kromhoutpark staan vele exemplaren van de Krimlinde (Tilia x europaea 'Euchlora'), een cultivar met sterk overhangende takken en twijgen. Daar staan ook enkele zomerlindes (aan de zijde van de Diepenstraat).

Foto: Krimlinde (Tilia x europaea 'Euchlora') in het Kromhoutpark