Kurkboom

De kurkboom (Phellodendron amurense) behoort tot de wijnruitfamilie (Rutaceae). Het is een uitheemse soort. Zijn natuurlijk areaal ligt in Noord-Oost-Azië en Korea. De soort ontwikkelt op latere leeftijd een kurkachtige schors op de stam, maar de mate van kurkvorming verschilt sterk per exemplaar. Het is niet voldoende voor commerciële productie. Hij heeft meestal een korte stam en breed waaiervormige kroon en wordt 8-15 meter hoog. De leeftijdsverwachting is meer dan 100 jaar. De soort kent geen cultivars.

 

Bloeiwijze

foto links: bloemen; foto rechts: vruchten

De bloeiperiode is juni. Het is een onopvallende bloeier. De bloeiwijze bestaat uit bepoederde, 8-12 centimeter lange trossen. De bloemen zijn klein en hebben 5 groengele tot groenwitte kelkblaadjes. Er zijn geen kroonblaadjes. Ze worden door insecten bestoven. Er zijn meestal 4-10 meeldraden die in kransen staan. De helmdraden zijn wit. De helmknopen zijn geel maar verkleuren al snel naar bruin.  Na de bloei vormen zich 7-9 millimeter grote bessen. Jong zijn ze groen maar rijp verkleuren ze naar zwart. Ze zijn aan de top ingedeukt, bevatten 5 zaden en ruiken bij wrijving naar terpentijn. Ze blijven vaak de hele winter aan de boom hangen.
 

Waar te zien
De kurkboom wordt maar weinig aangeplant. Je vindt ze vooral in parken en bredere groenstroken. Er staan onder andere exemplaren in het Quirijnstokpark, Tobias Asserlaan, in het parkje aan de Zomerstraat en op de rotonde bij de Burgemeester Rauppstraat / Burgemeester Damsstraat

Foto: kurkboom (Phellodendron amurense) op de rotonde Burgemeester Rauppstraat / Burgemeester Damsstraat