Winterlinde

De winterlinde of kleinbladige linde (Tilia cordata) behoort tot de kaasjeskruidfamilie (Malvaceae). De soort is inheems. Wilde populaties komen voor in loofbossen, meestal op vochtige, matig voedselrijke, vaak kalkhoudende grond. Het merendeel van de bomen is echter aangeplant. De winterlinde verschilt van de Hollandse linde in de kleinere bladeren (3-6 centimeter lang, die van de Hollandse linde 7-10 centimeter lang) en de afstaande of enigszins opgerichte bloeiwijze (bij de Hollandse linde hangt de bloeiwijze naar beneden). Hij heeft nauwelijks last van de lindebladluis en verdraagt bestrating goed. Het is dan ook een geschikte boom voor straataanplant. De winterlinde groeit langzamer dan de Hollandse linde en wordt 20-32 meter hoog. De leeftijdsverwachting bedraagt 300-400 jaar. Er zijn verschillende cultivars die met name afwijken in groeivorm en grootte.

 

Bloeiwijze

foto links: bloemen; foto rechts: vruchten

De bloeiperiode is juni-juli. De bloeiwijze bestaat uit okselstandige, 5-8-bloemige tuilen. De tuilen zijn afstaand of enigszins opgericht. Hierin verschillen ze van de meeste lindesoorten waarbij de bloempluimen naar beneden hangen. Kenmerkend voor de bloei van lindes is het steelblad dat aan de pluimen vast zit. Deze zijn bij de winterlinde korter dan de bloempluimen. De bloemen zijn vrij klein, worden bestoven door insecten (met name bijen) en verspreiden een aangename geur. De bloemkroon bestaat uit 5 geel-witte kroonblaadjes die onderling niet vergroeid zijn. Er zijn vele meeldraden, Ze staan in 5 bundels en zijn onderling niet vergroeid. Er zijn geen staminodiën aanwezig (dit zijn onontwikkelde meeldraden die zeer verschillend van vorm kunnen zijn maar nooit bruikbaar stuifmeel leveren). Het vruchtbeginsel heeft meestal 5 stijlen. Na de bloei groeien de vruchtbeginsels uit tot een klein rond nootje van ongeveer 5-6 millimeter grootte. Eerst zijn ze donzig behaard maar gedurende de rijping worden ze kaal. Ze zijn nauwelijks geribd. De vruchten zijn rijp in oktober. De nootjes vallen dan samen met het steelblad van de boom. Het steelblad vangt daarbij wind, beweegt zich als een propeller naar beneden, en draagt daarmee bij aan de verspreiding van de vruchten.

 

Waar te zien
De winterlinde is een algemeen aangeplante soort maar minder algemeen dan de Hollandse linde. Je vindt ze in parken, plantsoenen, groenstroken en straten. Omdat de winterlinde geen last heeft van de lindebladluis en dus geen plakkerige honingdauw afscheidt is hij beter geschikt voor straataanplant dan de Hollandse linde. Er staat een mooi laag vertakt exemplaar in Quirijnstokpark.

Foto: Winterlindes (Tilia cordata) in een groenstrook op de hoek Kasteeldreef / Gijsbertdreef