Amerikaanse vogelkers

De Amerikaanse vogelkers (Prunus serotina) behoort tot de rozenfamilie (Rosasea). Het is een uitheemse soort. Zijn natuurlijk areaal ligt in het midden en oosten van Noord-Amerika. De soort is begin 19e eeuw in Nederland ingevoerd. Men dacht dat hij een gunstig effect zou hebben op de humusvorming in de bodem en werd volop in bossen aangeplant. Al snel bleek dat de soort zeer invasief was en de jonge aanwas van inheemse struiken en bomen sterk bemoeilijkte. De soort werd een plaag in de bosbouw wat hem de bijnaam 'bospest' opleverde. Hij is lang te vuur en te zwaard bestreden, zonder veel succes. Tegenwoordig wordt zijn aanwezigheid geaccepteerd en worden in de bossen jonge exemplaren van inheemse soorten aangeplant om de dominantie van de Amerikaanse vogelkers terug te dringen. In de bossen is de groeiwijze meestal struikvormig maar op meer open plaatsen kan hij uitgroeien tot boom van 15-20 meter hoogte. De leeftijdsverwachting is 40-60 jaar. De soort kent een tweetal cultivars. Er is een treurvorm het hangende takken (Prunus serotina 'Pendula') en een cultvar waarvan het blad sterk glimt en in de herfst nauwelijks verkleurd (Prunus serotina 'Cartilaginea').

 

Bloeiwijze

foto links: bloemen; foto rechts: vruchten

De Amerikaanse vogelkers bloeit in mei, weken later dan de gewone vogelkers. De bloemen staan in verlengde, meestal opgerichte, rijkbloemige trossen in de oksels van de bladeren. Ze verschijnen ruim nadat het blad zich heeft gevormd en worden bestoven door insecten. Er zijn 5 witte, ronde kroonbladen, elk 2,5-4 millimeter lang. De meeldraden zijn talrijk. Er is 1 vruchtbeginsel met 1 stijl. Na de bloei worden de kersen gevormd. Het zijn ongeveer 1 centimeter grote, bolvormige steenvruchten. Jong zijn ze groen maar tijdens de rijping verkleuren ze naar paarszwart. In de vrucht zit 1 gladde pit. Het vruchtvlees is eetbaar, maar de pitten kun je beter niet doorslikken want deze zijn, net als de bladeren, giftig.

Foto links: bloemen

 

Waar te zien
Amerikaanse vogelkers is een algemeen voorkomende soort. Verwilderde populaties kun je vinden in bosrijke parken als het Wandelbos en de Oude Warande. In de stad wordt de soort niet zo vaak aangeplant. Toch kun je hem ook daar op diverse plekken tegenkomen, vooral in en nabij struikgewas. Een mooi solitair exemplaar met hangende takken (Prunus serotina 'Pendula') is te zien in de Tobias Asserlaan.

Foto: treurvorm van de Amerikaanse vogelkers (Prunus serotina 'Pendula') in de Tobias Asserlaan