Beuk

De beuk (Fagus) behoort tot de napjesdragersfamilie (Fagaceae). Er zijn wereldwijd 10 beukensoorten waarvan je er vier in Nederland kunt aantreffen. Alleen de inheemse gewone beuk (Fagus sylvatica) is daarvan algemeen voorkomend. De overige drie worden zelden aangeplant. De beuk is een echte bosboom die de kroonlaag van een bos volledig kan domineren. Hij wordt wel de 'Koning van het woud' genoemd. Beuken worden ook veel aangeplant, onder andere in steden. De groeiplaats van een beuk luistert erg nauw. Hij kan sterke wisselingen in droogte en natheid van de grond moeilijk verdragen. De leeftijdsverwachting is 150-250 jaar. Ze worden 38-45 meter hoog. De gewone beuk kent vele cultivars die verschillen in groeivorm, bladvorm en bladkleur. De bekendste is de rode beuk (Fagus sylvatica 'Purpurea').

 

Bloeiwijze

foto links: mannelijke en vrouwelijke bloeiwijzen van de rode beuk; foto rechts: vrucht (beukennootje)

Beuken bloeien in april-mei. De bloemen zijn 1-slachtig en staan in gescheiden bloeiwijzen. Ze verschijnen gelijktijdig met de bladeren en zijn weinig opvallend. De mannelijke bloemen staan in okselstandige, bolvormige bloeiwijzen die aan een lange zijdeachtig behaarde steel hangen. De vrouwelijke bloemen staan met 1-3 bijeen in een bekervormig, met uitsteeksels bezet omhulsel. Het omhulsel staat min of meer rechtop op een dik steeltje. De bloemen worden bestoven door de wind. De mannelijke bloemen hebben een klein, weinig opvallend, roodbruin, klokvormig bloemdek en 6-12 meeldraden. Het vruchtbeginsel van de vrouwelijke bloemen heeft 3-6 stijlen of 1 stijl met 3 stempels. Na de bloei groeien de vruchtbeginsels uit tot de bekende beukennootjes. Ze zijn bruin, 3-kantig en zitten met 1-3 stuks in een stekelig, houten omhulsel (het napje). Het napje hangt aan een steel van ongeveer 1 centimeter lang en springt met 4 kleppen open. De nootjes zijn rijp in oktober en worden vooral door knaagdieren en vogels gegeten.

 

Waar te zien
Beuken zijn algemeen in de stad. Ze staan in parken, plantsoenen, lanen en tuinen. In Tilburg staan veel oude rode beuken. Vaak betreft het exemplaren die oorspronkelijk in kloostertuinen of villatuinen van notabelen en textielfabrikanten stonden. Een prachtige treurbeuk (Fagus sylvatica 'Pendula') is te zien in het parkje aan de Zomerstraat, een voormalige villatuin. De varenbladige beuk (Fagus sylvatica 'Asplenifolia'), een cultivar met ingesneden blad, is onder andere te zien in het Quirijnstokpark. Op en vlakbij het terrein van de voormalige gemeentewerf aan de Tatraweg staan zeldzame cultivars  zoals de goudbeuk (Fagus sylvatica 'Zlatia'), met aanvankelijk gele bladeren die in de zomer naar geelgroen verkleuren, en de eikbladige beuk (Fagus sylvatica 'Quercina') met bladeren die lijken op die van de eik.

Foto: rode beuk (Fagus sylvatica 'Purpurea') in de Muzentuin aan de Schouwburgring, een voormalige kloostertuin