Gewone acacia

De gewone acacia (Robinia pseudoacacia) behoort tot de vlinderbloemenfamilie (Fabaceae). Het geslacht Robinia kent 7 soorten waarvan de gewone acacia de meest aangeplante soort is. Het is een uitheemse soort. Zijn natuurlijk areaal ligt in het oosten van de Verenigde Staten. De soortnaam pseudoacacia geeft al aan dat het hier geen acacia betreft. Het geslacht Acacia behoort tot de mimosafamilie (Mimosoideae). Deze soorten zijn niet winterhard en worden in Noord-West Europa niet aangeplant. Het blad van de robinia's lijkt wel op de bladen van acaciasoorten, vandaar de naam 'pseudoacacia'. De gewone acacia is een flinke boom die 20-32 meter hoog kan worden. Zijn leeftijdsverwachting is meer dan 100 jaar. Hij heeft een kenmerkende ruwe en diep gegroefde schors en vormt vaak veel wortelopslag. Aan de voet van de bladen bevinden zich 2 doorns. Zoals bij veel vlinderbloemigen worden bij de gewone acacia aan de wortels stikstofknolletjes gevormd die de bodem verrijken. Er zijn ongeveer 20 cultivars van de gewone acacia bekend. Zij verschillen in groeivorm, bladvorm, bladkleur, het aantal deelblaadjes, de bloemkleur en de bloeiperiode. Verschillende daarvan zijn ongedoornd.  

 

Bloeiwijze

foto links: bloemen; foto rechts: vruchten

De gewone acacia bloeit in mei-juni. De bloemen staan in rijkbloemige, hangende trossen aan het einde van de takken. De trossen worden 10-20 centimeter lang. De bloemen zijn wit en 1,5-2,5 centimeter lang en verspreiden een aangename geur. Ze worden door insecten bestoven, met name door bijen. De beroemde acaciahoning is afkomstig van deze soort. Er zijn 5 kroonbladen. Ze hebben een rangschikking die kenmerkend is voor planten in de vlinderbloemenfamilie. De onderste twee kroonbladen zijn grotendeels vergroeid en vormen de kiel. De twee zijdelingse kroonbladen, de zwaarden, staan bij de gewone acacia meestal omlaag gericht. Tussen de zwaarden staat het bovenste, rechtopstaande kroonblad dat de vlag wordt genoemd. De 5 kelkblaadjes zijn vaak roodachtig. Er zijn 10 meeldraden en het vruchtbeginsel heeft 1 stijl. Beiden zitten in de kiel. Na de bloei worden de voor de vlinderbloemen kenmerkende peulvruchten gevormd. Ze worden tot 10 centimeter lang en zijn kaal. Jong zijn ze groen maar tijdens de rijping verkleuren ze naar roodbruin en worden leerachtig. Ze zijn rijp in oktober-november. Zoals alle peulvruchten hebben ze twee rijen met zaden en springen langs twee naden open. Er zijn 4 tot 10 zaden. Ze zijn donkerbruin en giftig. De peulen blijven vaak de hele winter aan de boom hangen.

 

Waar te zien
De gewone acacia is een algemeen aangeplante soort. Ze staan met name in parken, plantsoenen en brede groenstroken. Een zeldzame dubbele laanaanplant van gewone acacia vormt de begrenzing van landgoed Vredelust aan de Bredaseweg. In Tilburg zijn op diverse plaatsen cultivars van de gewone acacia te vinden. Een cultivar die je regelmatig tegenkomt is Robina pseudoacacia 'Unifoliola', een ongedoornde cultivar met een doorgaande stam en een enkelvoudig of 3-5-tallig blad met een opvallend groot eindblaadje. Aan de Burgemeester Brokxlaan is de cultivar 'Sandraudiga' aangeplant. Deze is sterk gedoornd en heeft een meer piramidale groeiwijze en lichtroze bloemen. In tuinen kom je vaak een cultivar tegen met gele bladeren (Robinia pseudoacacia 'Frisia'). Er zijn ook cultivars die veel minder groot worden en met erg kleine deelblaadjes. Deze vindt je meestal in voortuinen. In een plantsoen op de hoek Kaapkoloniestraat / Danie Theronstraat staat Robinia x ambigua 'Bella-rosea', een cultivar van een andere robiniasoort met stevige doorns, kleverige twijgen, (licht)roze bloemen en een lange bloeiperiode, meestal tot in augustus.

Foto: gewone acacia (Robina pseudoacacia) in een groenstrook op de hoek Wassenaerlaan / Pastoor Vroomanstraat