Goudenregen

Goudenregen (Laburnum) behoort tot de vlinderbloemenfamilie (Fabaceae). Het geslacht kent 2 soorten, de alpengoudenregen (Laburnum alpinum) en de gewone goudenregen (Laburnum anagyroides). Ze zijn beide uitheems. Hun natuurlijk areaal ligt in Centraal- en Zuid-Europa. Van die twee wordt de alpengoudenregen zelden aangeplant. Het vaakst aangeplant wordt geen van beiden maar een kruising tussen de twee, de hybride goudenregen (Laburnum x watereri). Goudenregen is meestal een kleine boom die 4-6 meter hoog wordt maar kan ook uitgroeien tot een flinke struik. De leeftijdsverwachting is 40-80 jaar. Ze hebben een kenmerkende bladvorm die bestaat uit drie deelblaadjes. De gewone goudenregen kent verscheidene cultivars die met name verschillen in groeivorm, bladkleur en bladvorm. Veel aangeplant is een cultivar van de hybride goudenregen met tot 50 centimeter lange bloemtrossen (Laburnum x watereri 'Vossii').

 

Bloeiwijze

foto links: bloemen; foto rechts: vruchten

De goudenregen bloeit in mei. Hij heeft een spectaculaire bloei. De bloemen staan in rijkbloemige, hangende trossen aan het einde van de takken. De trossen worden, afhankelijk van de soort en cultivar, 30-50 centimeter lang en worden door insecten bestoven, met name door bijen. De bloemen zijn geel en ongeveer 2 centimeter lang. Er zijn 5 kroonbladen. Ze hebben een rangschikking die kenmerkend is voor planten in de vlinderbloemenfamilie. De onderste twee kroonbladen zijn grotendeels vergroeid en vormen de kiel. De twee zijdelingse kroonbladen, de zwaarden, staan bij goudenregen meestal omlaag gericht. Tussen de zwaarden staat het bovenste, rechtopstaande kroonblad dat de vlag wordt genoemd. Er zijn 10 meeldraden en het vruchtbeginsel heeft 1 stijl. Beiden zitten in de kiel. Na de bloei worden de voor de vlinderbloemen kenmerkende peulvruchten gevormd. Ze zijn 2,5 tot 5 centimeter lang en meestal matig behaard. Jong zijn ze groen maar tijdens de rijping verkleuren ze naar bruin. Ze rijp in de herfst. Zoals alle peulvruchten hebben ze twee rijen met zaden en springen langs twee naden open. Bij de goudenregen worden de zaden vervolgens uit de peul 'geschoten'. De peulen zijn, net als alle delen van de plant, giftig. Maar het meest giftig zijn de onrijpe zaden.
  

Waar te zien
Goudenregen wordt algemeen aangeplant. Maar in het openbaar groen zie je ze niet zo vaak. De meeste exemplaren staan in tuinen. Toch zijn ze wel te vinden, zowel in bestrating als in groenvoorzieningen. Zo staan er onder andere exemplaren in de Boerhaevestraat en in een groenstrook op de hoek Postelse Hoeflaan /  Eduard Meijerslaan.

Foto: goudenregen (Laburnum sp.) op de hoek Postelse Hoeflaan /  Eduard Meijerslaan