Inleiding eikensoorten

Eikensoorten behoren tot het geslacht Quercus en zijn onderdeel van de napjesdragersfamilie (Fagaceae). Er komen wereldwijd ongeveer 450 eikensoorten voor. Twee soorten daarvan zijn in Nederland inheems, namelijk de zomereik (Quercus robur) en de wintereik (Quercus petraea). In Nederland kun je grofweg 35 verschillende uitheemse soorten tegen komen. daarvan wordt alleen de Amerikaanse eik (Quercus rubra) als ingeburgerd beschouwd. De overige soorten verwilderen niet of nauwelijks. In Tilburg zijn wij tot nu toe 16 eikensoorten tegen gekomen. Deze worden in deze rubriek besproken en geïllustreerd. 

Eikensoorten kun je het beste herkennen aan de bladeren en de vruchten. Beiden worden besproken. Op dit moment ontbreken nog foto's van de vruchten van de verschillende soorten. Wij hopen deze in de loop van de herfst aan te vullen. Maar het zal niet meevallen om van elke soort vruchten te vinden. Wat betreft bloeiwijze verschillen de eikensoorten nauwelijks van elkaar. Voor de bloeikenmerken verwijzen wij naar de eik in de rubriek 'bloeiende bomen en struiken'. U kunt daarvoor deze link gebruiken: bloeiende bomen en struiken in april/ eik.

De bladeren van de eikensoorten zijn gefotografeerd op ruitjespapier van 1 x 1 centimeter. Er is ook een pagina met bladvergelijkingen. Daar staan de bladeren naast elkaar afgebeeld op gelijke schaal. Hou er wel rekening mee dat de bladeren ook per soort flink in afmeting en vorm kunnen verschillen. Toch is de vorm en formaat een goed uitgangspunt om te bepalen met welke soort je te maken hebt. Hou er ook rekening mee dat de bladeren van alle eikensoorten verspreidstandig staan. Staan de bladeren tegenover elkaar aan de twijg, dan kun je met zekerheid zeggen dat je niet met een eikensoort te maken hebt. Verder zijn de bladeren van eiken altijd enkelvoudig. Samengestelde bladeren (geveerde bladeren, handvormig samengestelde bladeren, e.d.) komen onder eiken niet voor.

Een opvallend verschil tussen eiken afkomstig uit Amerika en Europese eiken is de vorm van de bladlobben. Deze zijn bij de uit Amerika afkomstige soorten bijna altijd spits terwijl de Europese soorten stompe bladlobben hebben. Ook de herfstverkleuring is verschillend. Waar de Europese soorten geelbruin verkleuren, verkleuren de Amerikaanse soorten met name in rode en oranje tinten. De uit Amerika afkomstige eikensoorten verkleuren ook weken eerder dan de Europese soortgenoten.

Het herkennen van eiken in de winter is, zoals met zoveel boomsoorten, lastiger. Bij de meeste eikensoorten staan de bladknoppen in een kluitje bijeen aan het einde van de twijg. Dat kan  een houvast bieden maar is geen hard kenmerk. Er zijn eikensoorten waarbij dat niet het geval is en er zijn andere boomsoorten (bijvoorbeeld prunussoorten) die dat ook hebben. Wat in de winter ook wil helpen is goed naar de grond kijken. Er liggen vaak nog wel wat verdorde bladeren of vruchten op de grond.