Pyreneese eik

De Pyrenese eik (Quercus pyrenaica) komt oorspronkelijk uit Zuidwest-Europa (Frankrijk, Spanje en Portugal) en Marokko. Daar is het meestal een hoog opgroeiende struik, maar gekweekt worden meestal eenstammige exemplaren. Het blijft dan een kleine boom die niet groter wordt dan 10-15 meter. De kroonvorm is half open en onregelmatig van vorm. De boom heeft sterk afstaande takken en aan de top iets overhangende twijgen. De twijgen zijn geelachtig behaard. De Pyreneese eik wordt ook wel bergeik genoemd.

 



Bladkenmerken
De bladeren zijn 6-18 centimeter lang en 3,5 tot 10 cm breed, variabel van vorm en aan beide zijde geelgrijs viltig behaard. Ze hebben 4-6 paar diep ingesneden lobben met een stompe top. De bladsteel is geelgrijs behaard, 0,5-2 centimeter lang, met afvallende steunblaadjes.

Foto links: bovenzijde blad; foto rechts: onderzijde blad

Vruchtkenmerken
De eikels staan in bundels van 2 tot 4 bijeen en zijn langwerpig. Ze worden ongeveer 2,5 cm lang en het napje dekt de vrucht voor circa de helft af. De schubben op het napje zijn bruinviltig, lang en liggen tegen het napje aan.

Cultivars
De Pyrenese eik kent een selectie genaamd 'Pendula'. Het betreft een treurvorm met zeer diep ingesneden bladeren.

Waar te zien
De Pyrenese eik wordt maar zelden aangeplant. Voor zover ons bekent staat er maar een exemplaar in Tilburg, en wel in de Mechelenstraat in de Reeshof.

Foto: Pyreneese eik (Quercus Pyrenaica) in de Mechelenstraat.