Scharlakeneik

De scharlakeneik (Quercus coccinea) komt oorspronkelijk uit het Noord-Amerika en is in 1681 in Engeland geintroduceerd door John Bannister. Hij kan een hoogte bereiken van 20-25 meter en groeit snel. De Nederlandse naam verwijst, net als de wetenschappelijk soortnaam 'coccinea', naar de scharlakenrode bladverkleuring in de herfst. De soort is minder geschikt voor kalkhoudende bodems. Door gebrek aan ijzer treed dan vaak kalkchlorose op. De kroon is breed piramidaal, later rond. De schors is donkergrijs tot bijna zwart en matig ruw. De hoofdtakken staan opvallend horizontaal af. De twijgen zijn geelbruin, jong behaard maar later kaal wordend. Ze hebben talrijke lenticellen. Scharlakeneiken worden door hun gelijkenis met moeraseiken vaak met deze soort verward. Ook verwarring het de Amerikaanse eik komt voor.

 

Bladkenmerken
De bladeren tonen een grote gelijkenis met de bladeren van de moeraseik. Hij wordt hiermee ook vaak verward. Ze zijn 8-15 centimeter lang en hebben 3-4 paar lobben die diep ingesneden zijn (tot meer dan de helft van de bladbreedte). De lobben zijn spits en genaald. De bovenzijde van  het blad is glanzend donkergroen. De onderzijde mat lichtgroen. In tegenstelling tot de onderzijde van het blad van de moeraseik zijn er bij de scharlakeneik geen okselbaarden in de nerfoksels aanwezig. De bladsteel is 3-6 centimeter lang met vroeg afvallende steunblaadjes. In de herfst verkleuren de bladeren naar diep scharlakenrood wat een spectaculair beeld oplevert.

Foto links: bovenzijde blad; foto rechts: onderzijde blad

Vruchtkenmerken
De eikels zijn 1-1,5 centimeter lang en alleenstaand. Het napje is bezet met dicht opeen gedrukte schubben, kortgesteeld en bedekt de vrucht voor 1/3 tot de helft. De eikels rijpen in het 2e jaar af.

Cultivars
Voor zover wij weten kent de scharlakeneik 1 cultivar, namelijk 'Splendens'. Deze heeft een nog opvallendere rode bladverkleuring in de herfst dan de eigenlijke soort. Wij denken dat de ons bekende scharlakeneiken in Tilburg deze cultivar betreffen.

Waar te zien
De scharlakeneik wordt maar zelden aangeplant. Ons zijn twee exemplaren bekend. Een ervan staat in het Wilheminapark en de andere in een plantsoen op de hoek Oerlesestraat / Danie Theronstraat. Beide staan op de Gemeentelijke Lijst Monumentale Bomen. Die in het Wilhelminapark onder boomnummer 02.60.090.0422 (staat verkeerd op de lijst als zijnde moeraseik) en die in de Oerlsestraat onder boomnummer 03.40.720.0757.

Foto: scharlakeneik (Quercus coccinea) op de hoek Oerlesestraat / Danie Theronstraat