Spaanse eik

De Spaanse eik (Quercus x hispanica) komt oorspronkelijk uit het Zuid-Europa en de Balkan en is rond 1754 via Frankrijk in West-Europa ingevoerd. Het is een natuurlijke hybride tussen de moseik (Quercus cerris) en de kurkeik (Quercus suber). De laatste soort is niet vorstbestendig en wordt in Nederland niet aangeplant. Van nature groeit hij daar waar de verspreidingsgebieden van de oudersoorten elkaar overlappen. Het is een wintergroene soort wat inhoudt dat hij het gehele jaar door in blad staat. De Spaanse eik kan een hoogte bereiken van 20-25 meter. De kroon is breed, dicht en donker. De stam is vaak krom. Er komen ook meerstammige exemplaren voor. De schors is donkergrijs tot bijna zwart en ruw met soms fraaie kurkvorming. De twijgen zijn viltig behaard. Jonge exemplaren zijn vorstgevoelig.

 

Bladkenmerken
De bladeren zijn eirond-langwerpig, 4-12 centimeter lang, zeer variabel van vorm en leerachtig. Er zijn 4-7 paar driehoekige lobben die voorzien van scherpe tanden. De bovenzijde is donkergroen, de onderzijde wit- tot grijsviltig behaard. De bladsteel is 5-10 mm lang, met blijvende steunblaadjes.

Foto links: bovenzijde blad; foto rechts: onderzijde blad

Vruchtkenmerken
De eikels zijn lang eivormig, 3-4 centimeter lang. Het napje is met korte, smalle, grijsbehaarde schubben bezet die enigszins terugbuigen en bedekt de vrucht voor de helft.

Cultivars
Er is ons 1 cultivar bekend, namelijk 'Wageningen'. Het is een middelgrote boom met een rechte stam. De kroon is afgeplat bolvormige en compact. Het is een halfwintergroene selectie. Alleen bij strenge vorst verkleuren de bladeren bruin en blijven dan tot in het voorjaar aan de boom hangen.

Waar te zien
De Spaanse eik wordt maar zelden aangeplant. Wij zijn slechts bekend met 1 exemplaar en die staat in het Leijpark.

Foto: Spaanse eik (Quercus x hispanica) in het Leijpark