Steeneik

De Steeneik (Quercus ilex) komt oorspronkelijk uit het Middellands Zeegebied en is al in cultuur sinds de Oudheid. In zijn natuurlijk areaal kan hij een hoogte bereiken van 20-25 meter maar in Nederland is het daarvoor te koud en blijft het meestal een kleine boom of forse struik. Het is een wintergroene soort en staat dus het gehele jaar in blad. Hij is goed bestand tegen droogte en luchtvervuiling in de stad. De kroon van volwassen exemplaren is breed gewelfd (rondachtig) met talrijke sterke takken. De stam is meestal kort. De schors is donkergrijs en vrijwel glad, later ondiep gegroefd. Oude takken buigen vaak sterk door. De twijgen zijn grijsbruin en behaard. Jonge exemplaren zijn vorstgevoelig. Hij kan dan ook het beste op een beschutte plek aangeplant worden.

 

Bladkenmerken
De bladeren zijn elliptisch-lancetvormig of ovaal en 2-8 centimeter lang. De bladrand is zeer variabel, zowel gegolfd als getand (oude bomen vaak met een gave rand en jongere met stekelig getande, gegolfde rand). De bladeren zijn dik en leerachtig maar niet stug. Ze lijken op het eerste oog op bladeren van hulst. De bovenzijde is glanzend donkergroen en kaal. De onderzijde is grijs- tot geelbruinviltig behaard, met 7-12 paar nerven. De bladtop is spits. De bladsteel is 1,5-2,5 centimeter lang met afvallende steunblaadjes.

Foto links: bovenzijde blad; foto rechts: onderzijde blad

Vruchtkenmerken
De eikels zijn 1-2(-3) centimeter lang, alleenstaand. Het napje is bezet met dicht opeenstaande, viltige schubben, de vrucht voor 1/3 tot 1/2 bedekkend. De eikels rijpen in 1 jaar af en smaken opvallend bitter.

Cultivars
Wij zijn niet bekend met cultivars van de steeneik.

Waar te zien
De steeneik wordt zelden aangeplant. In de Moerenburg staan twee jonge exemplaren naast elkaar. Daarnaast staan er exemplaren in bakken in de binnenstad, onder andere voor de Heikese kerk aan het Willemsplein.

Foto: steeneik (Quercus ilex) in de Moerenburg