Ginkgo's

De Ginkgo biloba behoort tot aan aparte klasse van naaktzadigen (Ginkgoopsida) en is daarmee meer verwant aan de naaldbomen dan aan de loofbomen. Het is het enige overgebleven soort in deze klasse en wordt als een levend fossiel beschouwd. Eeuwenlang werd gedacht dat deze soort in het wild uitgestorven was, maar nu is bekend dat hij ten minste in twee kleine gebieden in Zhejiang provincie in Oost- China voorkomt. Maar recente studies geven een hoge genetische uniformiteit aan tussen Ginkgobomen uit deze gebieden, wat tegen een natuurlijke oorsprong van deze populaties pleit. Er wordt nu wel gesuggereerd dat de Ginkgobomen in deze gebieden zijn aangeplant en bewaard door de Chinese monniken over een periode van ongeveer 1000 jaar.
In het Verre Oosten is de Ginkgo een voorwerp van verering, in Japan wordt de boom als een god vereerd en vaak bij tempels geplaatst, vandaar de vaak in Nederland gebruikte naam 'tempelboom'. De Ginkgo heeft geen officiële Nederlandse naam. Naast de tempelboom wordt hij ook regelmatig Japanse notenboom en eendenpootboom genoemd.
De Ginkgo kent een goudgele herfstverkleuring die in een korte periode intreed en waarbij alle bladeren gelijktijdig verkleuren. Dit geeft de boom in de herfst een spectaculaire aanblik. Opvallend is ook dat de bladeren in een korte tijd en gelijktijdig afvallen. De boom kan van de een op de ander dag van vol in blad volledig kaal worden. 
Ginkgo is een populaire straatboom. Ze kunnen luchtvervuiling, bestrating en droogte goed verdragen. Er zijn diverse cultivars die verschillen in groeivorm en de intensiteit van hun herfstverkleuring. In straten worden tegenwoordig alleen maar mannelijke selecties aangeplant omdat de rijpe, afgevallen vruchten van de vrouwelijke exemplaren een onaangename zure geur verspreiden, als van ranzige boter. 

Op de foto's ziet u Ginkgo's aan de Reitse Hoevenstraat (links) en een fraai laag vertakt exemplaar in het Von Weberpark (rechts).