Grote toename van bomensterfte in Tilburg

 

Na een van de warmste julimaanden en een van de koudste augustusmaanden registreert Nederland nu een record vroege herfst. Maar wat is er werkelijk aan de hand? In juli begon het getrainde ogen op te vallen dat er nog iets ernstigs aan de hand is met de natuur in Brabant.

 

Eerst wat achtergrond
Al jaren pleit de Stichting Stadsbomen Tilburg voor behoud en bescherming van de bomen in en om onze stad. De moeilijke boodschap om over te brengen is het feit dat bomen levende organismen zijn die vaak te lijden hebben onder menselijke activiteiten. Deze activiteiten leiden tot stressfactoren zoals droogte, vervuiling, verstikking, beschadiging, etc. De stressfactoren hebben stresssymptomen tot gevolg. Duidelijke zichtbare stresssymptomen zijn: verdunning van de kroon, ontwikkeling van waterloten op de hoofdtakken, dode takken (vooral in de top), overdadige vruchtzetting of slechte kwaliteit vruchten, afwijkende teint en vorm van het blad en vervroegde bladval. Als een boom stress ervaart kan dat leiden tot vermindering van de vitaliteit en in uiterste gevallen tot de dood. Dat er sprake is van stressfactoren is bijzonder moeilijk over te brengen omdat de meeste stresssymptomen zich meestal pas na enkele jaren kunnen manifesteren.

Al enkele jaren duikt er regelmatig een epidemie op met een specifieke boomsoort als doel. Zo zagen we na de bekende iepziekte, bloedingsziekte bij kastanjes, de massaria-ziekte bij platanen en verwelking bij essen. Om nog maar te zwijgen over spint- en prachtkevers. Daar komt nu ook nog de eiken- en beukensterfte bij.

Let wel, afgezien van de iepziekte worden de meeste plagen en infecties (pathogenen) gezien als secundaire doodsoorzaken van een al verzwakte boom. Tenslotte bestaan de meeste pathogenen al miljoenen jaren in harmonie met de bomen, net als de mens en het griepvirus. Deze pathogenen zorgen voor de verwijdering van de zwakke exemplaren met een verminderde weerstand ofwel bomen die aan stress onderhevig zijn door ouderdom of de bovengenoemde stressfactoren.

 

De huidige situatie
Dit jaar echter zien we een alarmerende toename in de boom- en taksterfte in straten, parken, tuinen en bossen. Bij veel eikenlanen zien we de boomkronen langzaam afsterven. Dat wil zeggen dat er nieuwe bladontwikkeling is bij de stam en hoofdtakken terwijl de buitenste takken dunner worden en afsterven. Daarnaast zien we de vervroegde herfsttaferelen maar bij nadere inspectie blijken de meeste bladeren geen mooie egale herfstkleuren te krijgen maar zien we vlekken, verdorring en gekruld blad. Bovendien vallen de meeste bladeren dit jaar groen op de grond. Het meest duidelijke voor het ongetrainde oog zijn uiteraard de bomen welke al half of geheel afgestorven zijn. Meestal worden deze al verwijderd voor ze volledig dood zijn om ongelukken te voorkomen. Toch zien we steeds meer dode bomen in zowel openbare als private terreinen en vooral in bossen waar volledige percelen als dominostenen lijken om te vallen. Opvallend is dat we in steeds meer situaties geen directe aanleiding kunnen waarnemen waarom de vitaliteit van een boom(-groep) afneemt.

De omvang van dit fenomeen doet vermoeden dat we naast de groeiplaatsgebonden stressfactoren nu ook te maken hebben met interregionale factoren die de vitaliteit van de bomen en struiken sterk doet verminderen. Een factor die geen onderscheid maakt tussen boomsoorten maar welke alle natuur aantast en welke via de lucht wordt verspreid is een klimatologische verandering. Dit kunnen natuurlijk de temperatuur- of neerslagextremen zijn maar de wetenschappelijke gemeenschap maakt zich vooral zorgen over de veranderingen in de chemische verhoudingen van de lucht (en regen) zelf. Ondanks de vermindering van zure regen neemt de cumulatie van bijvoorbeeld stikstofoxide en andere zuren nog steeds toe, samen met andere vluchtige organische stoffen zorgt dit weer voor een verhoging van de concentratie laaghangende ozon (O 3 ) met verstrekkende gevolgen voor mens en milieu (dit is niet de ozon die ons beschermt tegen UV). Uiteraard is verder onderzoek nodig om andere factoren definitief uit te kunnen sluiten of bevestigen. 

 

Conclusie
Het bomenbestand van Tilburg en omstreken neemt zienderogen af in een ongekende versnelling. Het verval is al enkele jaren geleden ingezet. Hoewel het extreme weer van dit jaar wellicht heeft bijgedragen aan de versnelling en zichtbaarheid van het verval is het niet de oorzaak van dit fenomeen. Beter weer in 2015 is dan ook geen garantie voor een verbetering van deze situatie. Bovendien is het onverstandig om hierop te rekenen omdat de weersextremen en dus de boomstress naar alle waarschijnlijkheid in de nabije toekomst alleen maar zal toenemen. De toename in plagen en ziektes die steeds meer boomsoorten decimeren zijn secundaire doodsoorzaken en moeten dus eerder worden beschouwd als symptomen van een groter onderliggend probleem. Om enige hoop te koesteren om dit proces een halt toe te roepen is meer interdisciplinair onderzoek nodig gevolgd door een gecoördineerde actie door verschillende organisaties zowel lokaal als centraal. 

 

Toekomst
Als de huidige gebeurtenissen onverstoord voortzetten zullen we binnen 5 tot 10 jaar enorme veranderingen zien in onze laanstructuren waar een onvoorzienbaar aantal bomen zullen verzwakken en sterven (het in stand houden van de Tilburgse bomen zal kapitalen gaan kosten). Maar de grootste veranderingen zijn nu al zichtbaar in onze bossen waar loofbomen langzaam wegkwijnen en vele naaldbomen nu al het onderspit delven. Dit zal een genadeklap blijken voor de biodiversiteit met alle gevolgen van dien.

Dit is geen “wat als” scenario maar NU. Dit is dan ook geen oproep of een waarschuwing dit is een noodkreet. 

 

Extra informatie
Voor beelden van de situatie hebben we een youtube kanaal aangemaakt met de naam “arborum discessum”. Klik op onderstaande link en u wordt doorgestuurd naar het youtube kanaal

Filmpje bomensterfte Oude Warande